(Dit artikel werd integraal gepubliceerd op de Franse website « S&D magazine www.sd-magazine.com » op 7/10/2026).
De grootschalige hack van de Franse belastingadministratie (670.000 belastingplichtigen) vormt een ware nationale schok, maar ook een enorm bewustwordingsmoment. Persoonsgegevens die door een overheidsadministratie worden beheerd, kunnen worden gestolen en gebruikt door criminelen. En de Staat beschikt waarschijnlijk niet langer over de middelen om deze doeltreffend te beschermen. Toch werd deze diefstal van ongeziene omvang mogelijk gemaakt door een eenvoudige menselijke fout.
De eerste minister Sébastien Lecornu had de situatie vrij goed samengevat door uit te leggen dat de beveiliging van de systemen van de fiscus aan hoge normen voldeed, maar dat « het beste slot ter wereld niets waard is als men de sleutel onder de deurmat laat liggen ». En hij voegde eraan toe: « Zeker als de hele straat weet waar de sleutel ligt ».
Laten we dus durven de mens opnieuw centraal te stellen in onze strategieën, want cyberveiligheid is niet alleen een kwestie van machines en algoritmen, maar in de eerste plaats een kwestie van mensen. De mens en zijn vrije wil, zijn gevoelens en zijn perceptie, die zowel het doelwit vormen van cyberaanvallen als van desinformatie.
Maar we moeten ook durven nadenken over de mens in zijn verschillende rollen: ontwerper van programma’s en systemen, gebruiker van digitale platformen, maar ook actor en burger. En om dat te bereiken zullen sensibiliseringscampagnes niet volstaan. We moeten stroomopwaarts werken en jongeren op school bewust maken. Deze « cyberhygiëne » omvormen tot een echte reflex, een automatisme dat hen zal begeleiden in alle fasen van hun persoonlijke en professionele leven.
In België moeten we durven de grenzen te doorbreken, of die nu taalkundig, cultureel of administratief zijn, om de nationale veerkracht te versterken. Deze uitdaging overstijgt ruimschoots onze bestuursniveaus, die vergelijkbaar zijn met de bevoegdheden die in Frankrijk worden uitgeoefend tussen de centrale Staat en de territoriale overheden. Er bestaan echter talrijke institutionele verschillen, met name het feit dat er in België geen hiërarchie bestaat tussen de federale Staat en de deelentiteiten, wat kan leiden tot een versnippering van middelen en bevoegdheden in materies die even complex en transversaal zijn als cyberveiligheid.
Wij zijn van mening dat Defensie net kan bijdragen aan deze onmisbare coördinatie door de overheidsactoren, de academische wereld en de onderzoekswereld samen te brengen. Zonder de opleidingscentra en het verenigingsleven te vergeten. Deze laatste dimensie wordt soms verwaarloosd, terwijl zij waarschijnlijk even belangrijk is als de andere. Ik kom terug op de mens, want wij zijn van mening dat cyberveiligheid per definitie inclusief is, aangezien zij zich heeft opgelegd als een maatschappelijk vraagstuk.
Om die redenen hebben wij in amper iets meer dan twee jaar tijd niet minder dan drie « Cyber Defence Factories » ingehuldigd. Zij vormen ontmoetings- en onderzoeksplaatsen binnen lokale cybermicrokosmossen, maar ook de eerste officiële vestigingen van de Cyber Force en de militaire inlichtingendienst in een civiele omgeving.
Wij hebben ons laten inspireren door het Franse voorbeeld van het cyberexpertisecentrum van Rennes en hebben dit aangepast aan onze Belgische eigenheden. Zo hebben wij de eerste geopend in Charleroi in een bedrijvenincubator, de tweede in Brugge in een hogeschool en de derde in Hasselt op de grootste technologiecampus van het land, die meer dan 250 ondernemingen groepeert.
De drijvende kracht achter deze « factories » is uiteraard innovatie en Defensie speelt nog steeds deze rol van verbindingsschakel tussen de publieke en de private wereld, aangezien zij het mogelijk maakt om concrete cyberveiligheidsprojecten met een « duaal » karakter te financieren, dat wil zeggen zowel civiel als militair.
Bovendien kunnen zij ertoe gebracht worden een maatschappelijke rol te vervullen door onze steun aan de Natie concreet te illustreren. In 2023 werd het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW) van Charleroi getroffen door een ongeziene cyberaanval. Deze werd uitgevoerd door activistische groepen die banden hadden met Rusland en die de namen en adressen wilden stelen van Oekraïense vluchtelingen die in ons land werden opgevangen. Wij hebben een partnerschapsovereenkomst ondertekend met het OCMW, de ADIV (Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid), een privébedrijf gespecialiseerd in cyberveiligheid en een vereniging om de gegevens van deze aanval te delen. Hierdoor kon die laatste deze gegevens gebruiken als praktijkvoorbeeld binnen haar cyberveiligheidsopleidingen.
Tot slot moeten wij, wat Europa betreft, durven verder gaan door de nationale politieke termijnen te overstijgen en een visie te definiëren voor minstens de komende tien jaar. Maar op militair vlak zijn wij zeker niet inactief. De cybercommandanten van de lidstaten komen samen om verschillende Europese operaties te coördineren, met name die welke verband houden met de CRRT’s (European Union Cyber Rapid Response Teams).
Deze multinationale teams maken het mogelijk om de Europese middelen te bundelen, bijvoorbeeld op het vlak van opleiding of operationele inzet, maar ook om informatie te delen over incidenten of kwetsbaarheden. Maar bovenal hebben zij tot doel gezamenlijke operationele capaciteiten ter beschikking te stellen die een gecoördineerd antwoord bieden op verschillende dreigingen in Europa of aan haar grenzen.
De eerste operationele inzet van de CRRT’s ten voordele van derde landen vond plaats in 2022 om de kritieke Oekraïense infrastructuren te beveiligen, die zwaar bedreigd werden door Russische cyberaanvallen. De tweede vond plaats in Moldavië in 2024 tijdens de presidentsverkiezingen en het referendum over toetreding tot de Europese Unie. Onze teams hadden als opdracht de overdracht van de verkiezingsresultaten te beveiligen en de Russische desinformatie te monitoren die erop gericht was het verloop van de stemming te verstoren.
Laten we niet vergeten dat, naast de aanvallen die tegen de staten worden uitgevoerd, Europa zelf het doelwit is omdat het nog steeds een democratisch ideaal belichaamt, ondanks de opkomst van extremismen en populismen. Dat is wat wij samen in de cyberspace willen verdedigen in naam van de vrijheid.
